Het artikel: de 3-30-300-regel van Konijnendijk

De 3-30-300-regel is bedacht door Cecil Konijnendijk van den Bosch, hoogleraar stedelijk groen en directeur van het Nature Based Solutions Institute in Barcelona. Hij lanceerde de regel begin 2021 en werkte hem uit in een wetenschappelijk artikel. Deze pagina vat dat artikel samen en laat zien waar deze kaart ervan afwijkt.

Konijnendijk, C.C. (2023). Evidence-based guidelines for greener, healthier, more resilient neighbourhoods: Introducing the 3–30–300 rule. Journal of Forestry Research 34, 821–830. Online verschenen op 26 augustus 2022. Open access (CC BY).
doi.org/10.1007/s11676-022-01523-z · volledige tekst (PubMed Central)

Hoe het begon

Op 19 februari 2021 stelde Konijnendijk de regel voor in een bericht op LinkedIn, dat kort daarna door de IUCN Urban Alliance werd overgenomen. Steden en organisaties vroegen hem om richtlijnen voor stedelijk groen die overal toepasbaar zijn. Hij vergelijkt de regel met de bekende 10-20-30-regel van Santamour voor soortendiversiteit van straatbomen: kort, makkelijk te onthouden en toch gebaseerd op onderzoek. Het artikel in het Journal of Forestry Research is de eerste wetenschappelijke publicatie over de regel.

De regel, zoals het artikel hem formuleert

3

bomen in zicht

"Every resident … should be able to see at least three trees from their home, school, or place of work." Het liefst goed ontwikkelde bomen (well-established).

30%

kroonbedekking

Minstens 30% bedekking met boomkronen in elke buurt (neighbourhood), niet gemiddeld over de stad. In droge klimaten 30% vegetatie, met een sterke boomcomponent.

300 m

naar een park

Een grote openbare groenvoorziening binnen 300 m van elke woning, "approximately a 5-min walk". De WHO noemt een oppervlak van minstens 1 hectare.

Waarop is elk deel gebaseerd?

3: groen zien

Uitzicht op bomen en ander groen vanuit huis, werk of school hangt samen met betere geestelijke gezondheid en betere prestaties. Het artikel noemt de drie bomen een proxy, een handzame maat voor zichtbaar groen: bomen worden in alle culturen gewaardeerd en zijn goed zichtbaar. Als voorbeeld van beleid noemt het Frederiksberg (Denemarken), dat vanuit elke woning minstens één boom zichtbaar wil hebben.

30: tussen het groen wonen

Meer boomkronen in de directe omgeving gaan samen met verkoeling en betere gezondheid; Astell-Burt en Feng vonden betere slaap en geestelijke gezondheid bij hogere kroonbedekking, met duidelijke voordelen vanaf 30%. Voor merkbare verkoeling kan meer nodig zijn: Ziter e.a. (2019) vonden pas substantiële verkoeling vanaf ongeveer 40%. Het artikel noemt 30% daarom een minimum. Het doel geldt per buurt, omdat een stadsgemiddelde ongelijkheid tussen buurten kan verbergen.

300: groen gebruiken

Groen dicht bij huis wordt vaker gebruikt, met positieve effecten op geestelijke, lichamelijke en sociale gezondheid. De WHO Europa adviseert op basis van een literatuuronderzoek (WHO, 2017) een openbare groenvoorziening van minstens 1 ha binnen 300 m van elke woning. Het artikel noemt ook andere normen, zoals 2 ha binnen 300 m in Engeland en 500 m tot een bos van 2 ha (Woodland Trust).

Wat het artikel zelf als kanttekening geeft

Hoe deze kaart zich tot het artikel verhoudt

OnderdeelArtikelDeze kaartGevolg
3: waarvanuit woning, school en werkplekalleen woningen Scholen en werkplekken zijn (nog) niet berekend.
3: welke bomengoed ontwikkelde bomenalle bomen uit de NEO-data, ook "verdwenen, kleine boom" (21%) De score kan te gunstig zijn; zie de 3.
3: zienniet gedefinieerdvrije zichtlijn binnen 30 m, op ooghoogte voor de gevel Een eigen, controleerbare invulling; zie de 3.
30: gebiedbuurtCBS-buurt (ook getoond per wijk en gemeente)Past bij het artikel.
30: noemerniet gedefinieerdlandoppervlak (zonder water) Buurten met veel water worden niet benadeeld; zie de 30.
300: afstand300 m, ongeveer 5 minuten lopen5 minuten lopen over het wegen- en padennet Past bij het artikel; zie de 300.
300: welk groengrote openbare groenvoorziening; WHO: ≥ 1 hapark of bos van ≥ 300 m² Veel meer groen telt mee dan de WHO bedoelt, dus de uitkomst is gunstiger. Een belangrijk verbeterpunt.